Hoofdstuk 3, Paragraaf 8
Bezig

Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) en Arboregeling

Hoofdstuk Voortgang
0% Afgerond

Een RIE is onderdeel van het arbobeleid van een onderneming. Daarom bespreken we eerst kort het arbobeleid.

Doel van het arbobeleid van een onderneming is het streven naar optimale arbeidsomstandigheden voor alle mensen binnen de onderneming. Dit houdt in dat de medewerkers niet alleen hun werk veilig moeten kunnen uitvoeren maar ze moeten ook plezier hebben in hun werk en respectvol met elkaar omgaan.

Het arbobeleid van een onderneming is het gevolg van de Arbowet. Een onderneming is volgens de Arbowet wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat de werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Een goed arbobeleid leidt er toe dat de werknemers niet ziek worden van hun werk en geen bedrijfsongeval krijgen. Daarnaast heeft het nog meer positieve effecten:

  • Goede arbeidsomstandigheden leiden tot een grotere motivatie bij werknemers
  • Door een grotere motivatie gaat de productiviteit omhoog.
  • Het leidt tot minder ziekteverzuim.

Er is een verschil tussen de Arbowet, een Arbobesluit, een Arboregeling en een Arbocatalogus.

Arbowet

In de Arbowet staan regels om te voorkomen dat je ziek wordt van je werk of een bedrijfsongeval krijgt. Iedereen moet zich aan de Arbowet houden. Er staan alleen maar algemene regels in. In het Arbobesluit en de Arboregeling worden deze algemene regels uitgewerkt.

Arbobesluit

In het Arbobesluit staan de regels voor de werknemer en de werkgever om arbeidsrisico’s tegen te gaan. Zo is er bijvoorbeeld een Arbo besluit voor gevaarlijke stoffen, lawaai, werken met een beeldscherm. Deze regels zijn verplicht.

Arboregeling 

De Arboregeling is nog iets uitgebreider dan het Arbobesluit. In de Arboregeling staan concrete voorschriften voor veilig en gezond werken. Zo is er een Arboregeling over beroepsziekten en melding van ongevallen. 

Arbocatalogus        

In de Arbowet staan alleen richtlijnen. Ondernemingen kunnen in een arbocatalogus vastleggen welke maatregelen zij nemen voor gezond en veilig werken. Veel ondernemingen hebben een eigen arbocatalogus. De arbocatalogus wordt door de werknemer en werkgevers samen samengesteld. Sommige ondernemingen besluiten zich aan te sluiten bij de arbocatalogus van hun branche in plaats van hem zelf samen te stellen.

De Arbowet beschrijft de rechten en plichten van de werkgever en de werknemer.

De werkgever moet:

  • De werknemer beschermen tegen risico’s op het werk.
  • De werknemer persoonlijke beschermingsmiddelen geven (bijvoorbeeld tegen gehoorbeschadiging) en goed gereedschap.
  • De werknemer informeren over de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) Daarin staan de risico’s die je loopt op je werk en welke maatregelen er zijn om de risico’s te verkleinen.
  • De oorzaken voor psychosociale arbeidsbelasting voorkomen. PSA komt vaak door: werkstress, pesten, agressie, intimidatie en discriminatie.
  • De werknemer een (periodiek) gezondheidskundig onderzoek aanbieden.
  • De werknemer bij ziekte laten begeleiden door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ook bereikbaar bij vragen over gezondheid en veiligheid op de werkplek. Ook heeft de werknemer recht op een second opinion, als hij het niet eens is met de bedrijfsarts.
  • De werknemer laten praten met een preventiemedewerker. Elk bedrijf moet ten minste één preventiemedewerker in dienst hebben. Samen met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners werkt de preventiemedewerker aan gezond en veilig werken in het bedrijf.

De werknemer moet:

  • Zorgen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van zijn collega’s.
  • Hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier gebruiken.
  • De veiligheidsinstructies opvolgen. Bijvoorbeeld als hij met gevaarlijke stoffen werkt.
  • Het melden bij de werkgever of leidinggevende als hij een gevaar ziet voor iemands veiligheid of gezondheid.
  • Zo nodig cursussen volgen over gezond en veilig werken.
  • Bij acuut en ernstig gevaar mag hij het werk onderbreken.

De risico’s die er zijn voor de werknemer en welke maatregelen er zijn om deze risico’s te verkleinen staan beschreven in de RIE. De Arbodienst geeft advies aan ondernemingen over de RIE en toetst deze regelmatig. Daarnaast heeft de Arbodienst o.a. de volgende taken:

  • begeleiden van zieke werknemers
  • uitvoeren van periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
  • werkplek onderzoek.

De Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) vormt dus de basis van het Arbobeleid van een onderneming.

De eerste stap bij het uitvoeren van een RIE is het maken van een lijst met risico’s die er in een onderneming kunnen voorkomen. Dit is de inventarisatie. Risico’s worden ingedeeld naar risicosoorten.

RisicosoortenVoorbeelden
Fysieke risico’sLang staan, beeldschermwerk, tillen, werken in een ongemakkelijke houding.
Psychosociale risico’sWerkdruk, stress, agressie op werk, emotioneel zwaar werk, onregelmatige werktijden.
Veiligheidsrisico’sWerken met gevaarlijke stoffen en straling, werken in de hitte en in de kou, werken in lawaai en valgevaar.

Na de inventarisatie vindt de evaluatie plaats. Het evalueren van de risico’s houdt in dat de lijst van risico’s wordt bekeken en in een logische volgorde worden gezet. De belangrijkste risico’s komen bovenaan.

De volgende stap is het maken van een plan van aanpak. Hier wordt aangegeven hoe de risico’s kunnen worden aangepakt. Welke maatregelen zijn er nodig om de oorzaak van het risico aan te pakken, wat is er voor nodig en wie gaat het doen.

Als het plan van aanpak klaar is dan moet deze worden goedgekeurd door een Arbodienst. Een Arbodienst toets de RIE van de onderneming of deze voldoet aan de wettelijke eisen. Als deze toetsing akkoord is dan kan de onderneming aan de slag met het plan van aanpak. De medewerkers worden op de hoogte gesteld.

Brand

Niemand zit er op te wachten maar toch gebeurt het regelmatig. Brand binnen een bedrijf.

Brand kan alleen maar ontstaan als er drie factoren aanwezig zijn:

  1. een brandbare stof zoals papier, benzine, hout, textiel, gas.
  2. Zuurstof, lucht dus, eigenlijk is dat bijna overal aanwezig. Hoe beter de ventilatie hoe beter de zuurstof doorstroomt, hoe sneller de brand zal uitslaan.
  3. Ontstekingsenergie, hiermee wordt warmte bedoeld, een vlam, een vonk, peuk, strijkijzer.

Als medewerker moet je weten wat je moet doen bij een brand. Allereerst moet je op de hoogte zijn van de brandvoorzieningen binnen een bedrijf. Daar kennen we er drie van:

  1. brandmelder, de brandmelder geeft een piepend signaal als hij rookdeeltjes detecteert. Een brandmelder kan ook direct verbonden zijn met de meldkamer van de brandweer.
  2. branddeuren, dit zijn deuren die geplaatst worden tussen de verschillende delen van een magazijn. De branddeuren zijn gemaakt van brandwerend materiaal, zo zorgen zij ervoor dat bij brand de brand vertraagt en niet direct het hele magazijn kan afbranden.
  3. Blusmiddelen, er zijn verschillende blusmiddelen, de brandblusser, de brandslang een branddeken en een sprinklerinstallatie. Een brandblusser is niet geschikt voor iedere brand. Op de brandblusser staat aangegeven voor welke brandklassen de blusser geschiklt is.

Met de blusmiddelen kun je branden blussen, er zijn verschillende soorten branden. De soorten branden worden aangeduid met een brandklasse. Niet iedere brand kan met hetzelfde blusmiddel geblust worden. Onderstaand schema maakt dit duidelijk.

In dit schema zie je welke soorten branden er zijn van brandklasse A t/m F. De aanduiding voor brandklasse E wordt niet meer gebruikt. Alle brandklassen hebben een eigen symbool.

In de kolom brandstof zie je wat voor soort materiaal er brand bij deze branden. In de kolom blusstof zie je dan waarmee deze soort brand geblust kan worden.

Brandklasse A is zoals je ziet de enige brandklase die je met water kunt blussen.

Verder wordt nog verduidelijkt wat de specifieke kenmerken van de verschillden branden zijn en worden er voorbeelden genoemd.

Om de kans op een brand binnen een bedrijf zo klein mogelijk te maken kan het management van het bedrijf al allerlei maatregelen van te voren nemen. We onderscheiden drie soorten maatregelen:

  1. Organisatorische maatregelen: de ondernemer regelt het voor de medewerkers zo dat er op een veilige manier gewerkt kan worden met brandgevoelige materialen en apparatuur. De aanwezigheid van een BHVer binnen het bedrijf is hierbij heel belangrijk. Een BHVer is een Bedrijfs Hulp Verlener. Hij of zij is op de hoogte van bijvoorbeeld regels over de evacuatie bij brand maar weet ook waar de blusmiddelen zich begeven. Enkele voorbeelden van organisatorische maatregelen zijn:
  2. Het vrij houden van de nooduitgangen
  3. Medewerkers instructies geven over het gebruik van blusmiddelen
  4. Het aanwezig zijn van een ontruimingsplan
  5. Het aanwezig zijn van brandmeldapparatuur.
  • Technische maatregelen: hiermee wordt bedoeld het daadwerkelijk aanleggen van een sprinklerinstallatie en een brandmeldinstallatie.
  • Bouwkundige maatregelen: dit zijn de maatregelen die ervoor zorgen dat na het ontstaan van de brand de brand zich snel uitbreid. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van brandwerende materialen, het plaatsen van brandvertragende scheidingswanden en zorgen voor de aanwezigheid van voldoende vluchtroutes.

Was dit een heldere uitleg ?